Contactpersoon module

Profielfoto van Yeelen de Jong
Yeelen de Jong

Wil je meer informatie of langskomen op gesprek, mail dan met ons.

Naar overzicht
CLIL in het primair onderwijs

Nuffic Academy
Kortenaerkade 11
2518 AX Den Haag
www.internationalisering.nl


Hoe implementeer je CLIL?

Hoe ziet CLIL er in de praktijk uit? Hoe zit een les in elkaar? Welke stappen kun je zetten om te wennen aan CLIL-onderwijs?

Opbouw van een les

Zoveel scholen en leerkrachten, zoveel CLIL-lessen. Hoe kan dat? Een basisprincipe van CLIL is dat de les aansluit bij wat de kinderen op dat moment in die situatie moeten kunnen en willen leren. Dit betekent niet dat alle lessen maar CLIL-lessen genoemd kunnen worden. Een CLIL-les heeft een aantal kenmerken. Daarover lees je bij 'Wat zijn de kenmerken van CLIL?' Er is daarnaast een aantal vaste elementen in een CLIL-les aan te wijzen. Deze vind je hieronder.

Motiveren en activeren

Aan het begin van de les maak je de kinderen enthousiast voor het onderwerp, bijvoorbeeld door een voorwerp of een video te laten zien, door een klassengesprek te voeren over een actueel onderwerp, of door de kinderen stellingen voor te leggen waarop ze moeten reageren. Dan breng je in kaart wat de kinderen al weten. Je activeert de voorkennis van de kinderen op het gebied van de zaakvakinhoud en de taal. Zo beklijft de nieuwe stof beter bij de leerlingen en kun jij wat je gepland had nog enigszins aanpassen. Dat activeren van de inhoud kan eventueel in het Nederlands. Je doel is immers om erachter te komen wat de leerlingen al weten.

Input aanbieden

Na deze voorbereidende fase geef je de kinderen input in de vreemde taal. Dat kan van alles zijn: uitleg door jou, een video, een leestekst, enzovoort. De input moet gaan over de belangrijkste concepten en de kernwoorden. Geef telkens veel taalsteun door gebruik te maken van de drie uitjes van Van den Nulft en Verhallen (Met Woorden in de Weer, 2009): uitbeelden, uitleggen, uitbreiden. Gebruik een woordmuur (language of learning) en eventueel een woordschrift voor individuele leerlingen (language through learning) om de aandacht bij de kernwoorden te houden en de voortgang te laten zien. Bied ook scaffolding aan, dat wil zeggen je dat je de taal tijdelijk aanpast naar het niveau van de leerlingen, maar ook dat je de leerlingen op verschillende manieren toegang geeft tot de taal. Denk daarbij aan het aanpassen van je spreektempo, het gebruik van lichaamstaal en visuele leermiddelen.

Input verwerken en output produceren

Het is belangrijk dat de kinderen met de input aan de slag gaan. Geef activerende opdrachten waarbij de kinderen de inhoud verwerken (cognitief veeleisend) en waarbij ze veel taalsteun krijgen (veel context). Gebruik daarbij verschillende werkvormen om aan te sluiten bij de verschillende leerstijlen van de kinderen. De kinderen gaan in deze fase van de les ook aan de slag met de taal. Het vierde uitje van Verhallen is immers uitproberen. Laat vooral de kinderen praten. Veel kinderen begrijpen en onthouden de lesstof beter door erover te praten. Coöperatieve spreekopdrachten spelen dan ook een grote rol in iedere CLIL-les. Bouw het repertoire langzaam uit van DAT (Dagelijks Algemeen Taalgebruik) naar CAT (Cognitief Academisch Taalgebruik). Leer de kinderen ook wat ze moeten zeggen om de opdrachten te kunnen doen (language for learning).

Controleren en reflecteren

Aan het einde van de les controleer je of de kinderen de doelen op het gebied van de zaakvakinhoud en de taal behaald hebben. Laat kinderen ook reflecteren op wat ze geleerd hebben en hoe ze het ervaren hebben. Zo worden ze zich bewuster van hun leerstrategieën. Hun reacties kunnen jou helpen bij de voorbereiding van de volgende les én het eventueel aanpassen van de gegeven les voor volgend jaar.

Feedback geven

Houd tijdens de hele les voortdurend de vinger aan de pols: feedback geven is een belangrijk instrument om kwaliteitslessen te geven. Geef in het begin vooral feedback op wat de leerlingen zeggen (boodschap) en later pas op hoe ze het zeggen (vorm).