Contactpersoon module

Profielfoto van Yeelen de Jong
Yeelen de Jong

Wil je meer informatie of langskomen op gesprek, mail dan met ons.

Naar overzicht
Taal

Nuffic Academy
Kortenaerkade 11
2518 AX Den Haag
www.internationalisering.nl


Taal

 

Een van de vier C’s die belangrijk zijn bij CLIL is de C van Communicatie. Taal dus. Bij veel leerlingen krijgt iets (meer) betekenis als ze erover praten. Daarom is het goed om in iedere les tijd vrij te maken om de lesstof te bespreken. Richt je in het begin vooral op de betekenis van wat een leerling zegt, en niet alleen op de vorm. Aan het einde van een lessenreeks wordt het hoe (correctheid) net zo belangrijk als het wat (inhoud en vlotheid).

 

Voorbeeld woordenwolk fietsBijschrift: Woordmuur op OBS Cruquius in Haarlem (groep 1-2; thema Transport)

 

Soorten taal

Daarnaast is het goed om je te realiseren dat er niet één standaardtaal is:

  • leerlingen beheersen verschillende talen;
  • ze beheersen een taal in meer of mindere mate;
  • ze gebruiken in verschillende situaties een ander genre, bijvoorbeeld informeler of formeler.

Verwacht in het begin van een CLIL-lessenserie nog niet te veel vaktaal. Het is prima dat de kinderen de lesstof eerst uitleggen door gebruik te maken van DAT (Dagelijks Algemeen Taalgebruik). Aan het einde van een lessenserie hebben de leerlingen als het goed is geleerd de lesstof uit te leggen met CAT (Cognitief Academisch Taalgebruik).

 

Er zijn drie soorten taal die de leerling leert tijdens een CLIL-les.

  1. Bij een zaakvak horen bepaalde concepten en vaardigheden, en dus ook bepaalde kernwoorden en structuren. Leerlingen moeten dus een selecte groep woorden en structuren kennen en kunnen gebruiken om de vakinhoud te begrijpen en om erover te kunnen praten. Deze zogenaamde language of learning kun je voortdurend onder de aandacht houden door een taalmuur. Vaak zal dit CAT (Cognitief Academisch Taalgebruik) zijn.
  2. De leerlingen moeten kunnen functioneren in de les die in de vreemde taal plaatsvindt. Als leerlingen bijvoorbeeld een coöperatieve spreekopdracht met kaartjes doen is het handig dat ze weten hoe ze elkaar moeten begroeten, hoe ze zeggen dat ze het kaartje willen van de ander en hoe ze elkaar kunnen bedanken. Leerlingen moeten dus de taal leren beheersen om vragen te kunnen stellen, dingen te beschrijven, conclusies te trekken, enzovoort. Besteed daarom apart aandacht aan het aanleren van deze language for learning.
  3. Een leerling leert taal door de CLIL-lessen: language through learning. Als een leerling aan de slag gaat met een CLIL-project zitten er gaten in zijn of haar woordenschat die andere leerlingen in de klas niet hebben. Iedere individuele leerling volgt dus zijn of haar eigen route. Het is belangrijk dat deze woorden ‘gevangen’ en geoefend worden, bijvoorbeeld door een woordenschrift. Daarnaast kan de leerling wellicht de taal of talen die hij of zij buiten de school heeft geleerd laten zien tijdens de CLIL-lessen. Zo wordt het taalleerproces nog persoonlijker.

Uiteraard zijn er ook nog de gewone gesprekjes tussen leerkracht en leerling die in iedere les plaatsvinden waarbij de leerling de DAT (Dagelijks Algemeen Taalgebruik) constant oefent.

 

Doeltaal = voertaal en translanguaging

Als leerkracht zul jij zoveel mogelijk de doeltaal moet spreken. Net zoals bij het vvto biedt het principe doeltaal is voertaal leerlingen de mogelijkheden om zoveel mogelijk de taal te ervaren. Dit wil echter niet zeggen dat je nooit Nederlands (L1) mag spreken tijdens de CLIL-les in de vreemde taal (L2). Je kunt gebruik maken van translanguaging. Je zet dan alle talen van de leerlingen in om tot verbeterde leerresultaten te komen. Denk bijvoorbeeld aan plaatjes die je in meer talen aanbiedt en het bewust zoeken naar cognaten (zoals Nederlands schaap; Fries skiep; Duits Schaf; Engels sheep). Zeker bij het activeren van de voorkennis en het verwerken van de inhoud kan het Nederlands ingezet worden. Laat de output dan wel in de vreemde taal doen.

Let erop dat er niet slechts één correcte manier is om de vreemde taal aan te leren. Meer hierover kun je lezen bij de verschillende onderdelen over vvto op de Nuffic website. Hier zie je een video over een drietalige basisschool als voorbeeld.

 

Het gebruik van het Nederlands

In de standaard vvto kun je meer vinden over de eisen die worden gesteld aan de vreemde taal op een vvto-school. Nederlands kan strategisch gebruikt worden door de leerkracht om de voorkennis te activeren en om de leerling te ondersteunen in het leren van de vreemde taal en het leren begrijpen van de inhoud (tenzij Nederlands uiteraard de vreemde taal is).