Contactpersoon module

Profielfoto van Yeelen de Jong
Yeelen de Jong

Wil je meer informatie of langskomen op gesprek, mail dan met ons.

Naar overzicht
E-learning Wereldburgerschap

Nuffic Academy
Kortenaerkade 11
2518 AX Den Haag
www.internationalisering.nl


Domein 4: Reflecteren op wereldburgerschap

Zeven competenties

Hoe kunnen leerlingen reflecteren op wereldburgerschap? Het NCDO heeft zeven competenties beschreven die leerlingen moeten hebben om goed te kunnen reflecteren op hun wereldburgerschap.

  1. ziet hoe de wereld hem beïnvloedt, bijvoorbeeld via kansen en uitdagingen;
  2. heeft door hoe hij op zijn beurt de wereld kan beïnvloeden;
  3. ziet dat hij via samenwerking vaak sneller of beter problemen oplost;
  4. vormt een gefundeerde mening over de wijze waarop zijn samenleving in elkaar zit;
  5. vormt een gefundeerde mening over internationale ontwikkelingen en relaties;
  6. is in staat andermans denken en doen kritisch te beoordelen;
  7. kan bij zichzelf nagaan of hij (mede gezien de context) het juiste denkt of doet.

Aanpak

Op sommige scholen zit het reflecteren ingebakken in het systeem. Aan het begin van de les vragen de leerlingen zich af wat ze al weten over het onderwerp. Met behulp van een gesprek, een woordspin of een aantal open vragen wordt de voorkennis geactiveerd. Vervolgens gaan de leerlingen zich afvragen wat ze nog willen leren. Wat zijn hun persoonlijke leerdoelen? Aan het einde van de les kijken de leerlingen of ze meer kennis hebben vergaard en of ze hun doelen hebben bereikt.

Concreet en abstract

Het reflecteren kan gaan over concrete kennis en vaardigheden:

- ‘Ik kan een aantal ‘moeilijke’ woorden spellen bij taal.’;

- ‘Ik kan tien kleuren zeggen in het Engels.’;

- ‘Ik kan een aantal hoofdsteden in Europa noemen en aanwijzen.’;

- ‘Ik ken een aantal oorzaken van de Tweede Wereldoorlog.’

 

Als leerlingen ouder worden, kunnen de kennis en de vaardigheden abstracter worden:

- ‘Ik weet hoe reclame kinderen beïnvloedt.’;

- ‘Ik kan begrijpen dat het uitmaakt wat voor voedsel ik koop (met of zonder bepaald keurmerk).’;

- ‘Ik kan nadenken over mijn rol binnen een groepje bij een samenwerkingsopdracht.’

Reflecteren kan dus door grote en kleine mensen.

Expliciet en impliciet

U kunt leerlingen laten reflecteren op een aantal aspecten van wereldburgerschap in een gesprek, bijvoorbeeld bij het bespreken van de Noord-Zuid verdeling in de wereld. Stel vragen zoals:

- Waar sta jij en wat betekent jouw positie voor iemand anders?

- Wat doen de direct betrokkenen om hun eigen positie te verbeteren?

- Wat kun jij van de direct betrokkenen leren?

- Wat kun jij doen en wat doe je al?

U kunt leerlingen ook laten ervaren wat wereldburgerschap is in wat u doet en daar later op reflecteren. Hieronder staan enkele voorbeelden van praktische situaties die verdieping krijgen als u ze expliciet bespreekt en benoemt:

- Als u leerlingen laat meebeslissen aan welke goede-doelenactie de school deel gaat nemen, laat u hen kritisch nadenken.

- Als leerlingen verantwoordelijk zijn voor het inzamelen van oud-papier (inclusief het op tijd aan de weg zetten van de container), ervaren ze wat duurzaamheid is.

- Wanneer twee leerlingen een (klein) conflict hebben, kunt u de manieren waarop een conflict opgelost kan worden bespreken in de klas. Vervolgens laat u de twee leerlingen kiezen hoe zij hun conflict het liefst oplossen.